Ga naar de inhoud

Het verhaal van Jesse

Jesse tafeltennist in zijn tienerjaren op hoog niveau. Hij behoort tot de beste jeugdspelers van Nederland, wint met zijn team het Nederlands kampioenschap en speelt daarna in de eredivisie. Op zijn negentiende komt er abrupt een eind aan zijn sportcarrière wanneer hij geblesseerd raakt aan zijn pols. Een pijnlijk moment dat iets moois in gang zet: God begint zijn hart te genezen. Stukje bij beetje, boek na boek.

Zonder tafeltennistrainingen en -wedstrijden heeft Jesse ineens veel tijd. Die tijd gebruikt hij om te lezen, waaronder in de bijbel. Als zijn blessure na anderhalf jaar nog steeds doorsuddert – Jesse maakt zich inmiddels flinke zorgen – komt een belofte uit Mattheüs enorm bij hem binnen. Jesse: “Jezus zegt daar dat als de last te zwaar wordt, Hij rust zal geven. Ik bad om die rust en merkte dat Gods aanwezigheid mij vulde. Vanaf dat gebed kwamen de woorden uit de bijbel voor mij tot leven.”

Jesses interesse in de bijbel wordt groter en groter. Hoewel hij op dat moment moeite heeft bij zijn gevoel te komen, maakt hij met zijn verstand een duidelijke keuze voor God. Hij besluit om theologie te gaan te studeren in Leuven, België. Tijdens zijn studie krijgt Jesse veel nieuwe inzichten, ook over zichzelf. Van studiegenoten en leraren hoort hij regelmatig dat hij gespannen en licht neurotisch overkomt.

“Alles wat er bij mij binnenkwam verwerkte ik met mijn ratio. Over dingen die in het verleden waren gebeurd, voelde ik geen pijn of de nood om iets te verwerken. Blijkbaar reageerde ik gespannen op mensen, maar zelf herkende ik dat niet. Pas rond mijn achtentwintigste viel het me voor het eerst zelf op: anderen leken niet op hun gemak als ze één op één met mij waren.”

Het is in die periode dat Jesse een studiegenootje dat hij al jaren leuk vindt, mee uit vraagt. Ze zegt ‘nee’. Die afwijzing komt hard binnen: “Harder dan het binnen had moeten komen. Ik huilde enorm. Ik begreep met mijn verstand dat ik te heftig reageerde, maar wist niet wat ik ermee moest. Een week later kreeg ik een hernia. Daar lag ik dan op mijn bed, met pijn in mijn hart én mijn lichaam.”

Net als destijds zijn polsblessure, geeft de hernia hem tijd om na te denken. Jesse: “Er moest iets veranderen in mijn leven. Ik wist alleen niet wat.” Dan krijgt hij het boek ‘Toekomstige Genade’ van John Piper in handen. “Heel wetenschappelijk en heel pastoraal, precies wat ik nodig had.”

Het boek van John Piper gaat over op God vertrouwen voor de toekomst op basis van wat Hij voor je heeft gedaan in het verleden. “De schrijver stelt dat zolang God jou nog niet heeft laten zien dat Hij voor je zorgt, Hij beperkt vertrouwen van je vraagt voor de toekomst. Die boodschap gaf me de ruimte om te twijfelen en met God te stoeien. Na een tijdje realiseerde ik me dat ik het moeilijk vond om God te vertrouwen, omdat ik niet geloofde dat Hij mij waardevol vond en dat ik geliefd was.”

“Ik werd wakker en merkte dat er iets was veranderd. Het leek alsof ik er een nieuw zintuig bij had.”

Dat inzicht combineert Jesse met een formule uit een ander boek: ‘Gebeurtenis + gedachten = gevoel + gedrag’. Jesse legt uit: “Als iemand elke keer dat hij wordt afgewezen, bedenkt dat dit aan hem ligt omdat hij waardeloos is, dan gaat hij zich waardeloos voelen en zich daar naar gedragen. Denkt iemand na een afwijzing ‘jammer, gemiste kans voor de ander’, dan heeft dezelfde gebeurtenis een totaal ander effect op iemands leven. Je gedachten zijn de sleutel.”

“Met deze twee lessen in gedachten heb ik een hele reeks dingen opgeschreven waarvan ik vermoedde dat het leugens waren die in mijn gedachten leefden. Bij die leugens, zoals ‘ik ben niet waardevol’, zocht ik Bijbelteksten die het tegenovergestelde beweerden. Gods beloften en Zijn gedachten over mij.” Jesse spreekt alle teksten in op een audiofile en speelt deze dagelijks af. Na een maand luisteren gebeurt er iets opmerkelijks: “Ik werd wakker en merkte dat er iets was veranderd. Het leek alsof ik er een nieuw zintuig bij had. Ik voelde dingen die ik nooit eerder had gevoeld. Er zat emotionele pijn in mijn hart. Toen ik later die ochtend iemand hoorde zeggen: ‘Met mij gaat het goed’, schoot er door me heen: je zegt het een, maar je bedoelt het ander. Ik heb het gevoel dat het helemaal niet goed met je gaat. Een bizarre ervaring. Dat had ik nog nooit gehad.”

Aangemoedigd door het feit dat hij dingen begint te voelen, gaat Jesse enthousiast aan de slag om ook van zijn gespannenheid af te komen: “Ik dacht: wat een fantastische methode – dus maakte ik nog vijf opnames.”
De nieuwe tapes hebben alleen niet het gehoopte effect. “Ik bad: Heer, wat nu? Toen liet God me een beeld zien van een wond waar bloed uit kwam. Hij zei: het was goed om het bloeden te stelpen. Dat heb je gedaan door mijn waarheid in je gedachten toe te laten, dat was een eerste stap. Nu is het tijd om de oorzaak aan te pakken en je hart door Mij te laten genezen.”

Dat genezingsproces komt in beweging wanneer iemand Jesse wijst op een boek van Leanne Payne. “Ze schrijft daarin over mannen die zich kind voelen in een volwassen lijf en last hebben van onzekerheid en onreine gedachten. Ik herkende die dingen sterk. Mede omdat ik vroeger gepest werd, voelde ik mij onzeker. Door de – in mijn beleving – niet helemaal gezonde relatie met mijn ouders, voelde ik me net een kind. En hoewel ik niet masturbeerde en geen porno keek, fantaseerde ik er seksueel op los. Via gebedscounseling genas God mijn hart. Ik ervoer in mijn geest hoe Jezus Zelf mijn voorstellingsvermogen binnen kwam lopen en er rust bracht – zoals mensen Hem soms ook in dromen zien. Ik maakte aan den lijve mee dat Jezus leeft en nog steeds wonderen doet. Mijn schaamte en fantasieën verdwenen.”

Na zijn studie verhuist Jesse terug naar Nederland. Hij is vol van zijn herstel en heeft een flinke hoeveelheid theologische kennis in zijn hoofd zitten. Maar al snel merkt hij dat hij behoefte heeft aan meer.

Jesse: “Toen God mij in CCC bracht, zag ik mensen die hun geloof belichaamden. Ze spraken niet alleen over vertrouwen, je zag het in hun levensstijl. Ze straalden het uit. Dat had ik niet. Ik dacht: ik heb dan wel een master Theologie, maar zó kan ik niet gaan preken. Daar worstelde ik mee. Daarin kwam verandering toen ik op een gegeven moment een jaar lang op straat ging evangeliseren en actief werd in CCC. Toen ik begon bij te dragen. God vulde mij met vertrouwen en zekerheid en ik voelde: dit gaat niet meer weg. Ik ben gemaakt om Zijn evangelie te delen. God gaat met me mee.” Dit laatste ziet Jesse als zijn laatste belangrijke doorbraak naar geestelijke volwassenheid.

In zijn reis naar herstel is het vooral Gods bewogenheid die Jesse heeft geraakt. “God gaf me telkens de juiste mensen om me heen.Dat is iets wat ik anderen ook wil geven. Ik voel dat God mij roept om op mijn beurt de juiste persoon voor anderen te zijn.”

Bij die ‘juiste mensen’ die God op Jesses pad bracht, hoort ook Yulia.. “God gaf me in CCC een hele leuke vriendengroep. Door al die leuke contacten vond ik het op den duur niet eens meer zo erg om single te zijn. Juist toen kwam ik mijn aanstaande vrouw tegen. In april trouwen we!”